Na mijn vakantie in Bulgarije is er een hoop gebeurd. Voordat we weggingen heb ik een gesprek gehad met mijn revalidatiearts, naar wie ik was gegaan om een probleem dat ik al veertig jaar heb uit de wereld te helpen.
Als kind viel ik uit een raam en de mensen om mij heen dachten dat alles ‘vanzelf’ goed zou komen. Veel dingen kwamen ook inderdaad goed, maar veel dingen niet en juist dat zag men over het hoofd. Na een worsteling van veertig jaar met vermoeidheid, de onmacht om dingen te doen zoals ik ze wilde doen en vooral veel onbegrip van mijn omgeving zit ik nu eindelijk in de goede richting. Ik ga sinds drie weken naar een revalidatieteam waar ik met behulp van een fysiotherapeut, een neuropsycholoog, een ergotherapeut en een geheugengroep mijn handicap beter heb leren doorgronden en beter dan ooit in staat ben een normaal leven te leiden. Ik zal waarschijnlijk nooit werk vinden dat bij mijn handicap aansluit, maar dat geeft niet: Nu ik weet dat ik in staat ben om in elk geval mijn leven op een ontspannen manier te leiden en mijn huishouden met behulp van veel planning en voorbereiding zelfstandig en naar eigen tevredenheid te kunnen doen vind ik het minder erg dat ik niet kan werken. In plaats van dat ik vroeger niet kon werken en óók niet in staat was om mijn dagelijkse leven ontpannen te laten verlopen ben ik nu in staat om één van de twee wél goed te doen. En daar ben ik tevreden mee. Ik geloof dat ik nog nooit zo’n leuk leven heb gehad als de afgelopen week. En het wordt alleen maar nog leuker. Want binnenkort ga ik ook kijken hoe ik mijn leven kan opsieren met sport, sociale contacten en het oppakken van hobby’s.
De afgelopen tijd heb ik me minimaal bezig gehouden met het roken, waar ik nog steeds vanaf wil. Ik heb vooral de laatste weken geprobeerd erin te berusten dat stoppen met roken en revalideren tegelijk niet echt heel gemakkelijk is. Maar gemakkelijk gaat dat niet.
Vanmorgen besloot ik dat het willen stoppen met roken niet echt mijn revalidatie in de weg staat, maar dat het revalideren gemakkelijker zou zijn als ik van mijn verslaving afkom. Wanneer mijn conditie beter is, kan ik mijn huishoudentje gemakkelijker doen dan nu het geval is. Het is niet zo dat het nu niet gaat, want mijn probleem heeft te maken met mijn hersenen en niet met mijn lichaam. Maar een goede conditie zorgt er wel voor dat ik mijn huishoudelijke klusjes sneller klaar kan hebben. Over het schoonmaken van de keuken doe ik bijvoorbeeld (schrik niet!) twee uur. Daar zitten de noodzakelijke pauzes van tien minuten, drie in totaal, bij inbegrepen. Als ik niet zou roken zou ik misschien in anderhalf uur klaar kunnen zijn, in plaats van in twee uur.
Ook voor andere dingen dan het huishouden zou een betere conditie handig kunnen zijn, bijvoorbeeld voor bezoekjes aan vrienden en familie. Na zo’n bezoek ben ik altijd bekaf en dat zal altijd zo blijven, maar als ik net iets minder moe zou zijn dan zou het misschien toch iets gemakkelijker zijn dan nu het geval is.
Ik heb dus echt een goede reden om te stoppen met roken, maar mijn rusteloze geest denkt daar anders over. Als ik besluit om te stoppen dan komt er binnen een uur steevast een moment waarop ik denk: “Dit is niet het juiste moment”. Daarin verschil ik niet met andere mensen die willen stoppen met roken.
Eigenlijk is dat moment, eerste moment waarop ik ga twijfelen, het enige probleem dat mij tegenhoud om door te zetten. Ik heb al heel lang alle tips en trics klaar liggen om te zorgen dat het een succes wordt. Maar dat eerste moment blijft een probleem.
Ik weet ook hoe dat komt: Ik denk te veel. Of liever, ik laat me overmeesteren door mijn gedachten. Als je besluit te stoppen doe je dat meestal op een moment dat je net een sigaret heb opgestoken of er net een hebt uitgemaakt. Maar de gedachten die erna komen overvallen me gewoon. En inmiddels is dat al zo vaak gebeurt dat de gedachten al opkomen voordat ik die ‘laatste’ uitmaak. Daar moet ik eens een eind aan maken, want eigenlijk is er maar een ding dat me in de weg staat: Angst en een onrustige geest die er allerlei gedachten bijsleept en op die gedachten weer reageert.
Een tijdje geleden heb ik een poging ondernomen op een volstrekt verkeerd moment (midden in de eerste week van de revalidatie, waarin ik natuurlijk overspoeld werd met indrukken, vijf afspraken met revalidatietherapeuten en wat dies meer zij). Die poging is natuurlijk mislukt, anders zat ik hier nu niet, maar het lukte me die dag toch heel aardig. Omdat het me was gelukt om mijn geest rustig te krijgen door gedachtetraining.
Gedachtetraining is een techniek waarbij je een soort gesprek met jezelf voert waarbij je je gedachtespinsels ontrafeld, teruggaat naar de kern en uiteindelijk de gedachte waar het allemaal om draait rustig en beheerst kunt omdraaien tot iets goeds. En dat ga ik nu weer doen. De gedachtetraining draait om drie G's: Gedachte, gevolggedachten, gevoelens.
Wat zijn mijn gedachten:
Ik wil stoppen met roken
Het lukt niet
Er zijn zoveel pogingen mislukt, ik zie er tegenop
Ik ben bang dat het weer mislukt
Het lukt me nooit
Ik wil stoppen
Wat is de gedachte waar het allemaal mee begon en wat zijn de gevolgen?
De gedachte waar het allemaal mee begon was: Ik wil stoppen met roken.
De gedachten die erna kwam was: Het lukt niet en daarna volgden alle andere.
Is de gedachte om te willen stoppen reëel?
Ja, ik wil eigenlijk niets liever dan stoppen met roken.
Is de kans dat het je lukt reëel?
Ja, dat denk ik wel.
Waarom zeg je dan dat het niet lukt?
Omdat het al zo vaak mislukt is.
Hoe vaak is de eerst volgende poging al mislukt?
Huh?
De poging die je nu gaat doen, hoe vaak is die al mislukt?
Die is nog niet mislukt, die heb ik nog niet ondernomen.
Toch zeg je na ‘ik wil stoppen met roken’: ‘het lukt niet’. Hoe weet je dat die poging mislukt als je er nog niet aan begonnen bent?
Dat weet ik niet, want dat denk ik alleen maar.
Waarom denk je dat dan?
Omdat het tot nu toe altijd mislukt is.
Dus het feit dat andere pogingen mislukt zijn bewijst dat deze poging ook mislukt?
Eh….
Als je nu al het bewijs hebt dat deze poging mislukt, waarom zou je dan eigenlijk nog een poging wagen, vraag ik me af?
Omdat ik het natuurlijk niet zeker weet.
Je hebt er dus geen bewijs van.
Nee…
Dus is het onzin om er vanuit te gaan dat het mislukt voordat je deze poging onderneemt, of zie ik dat nu verkeerd?
Dat zie je volgens mij wel goed.
En als je er niet van uit kunt gaan dat een poging mislukt, waar kun je dan wel vanuit gaan?
Dat een poging wel eens zou kunnen slagen of zo?
Misschien zou dat wel eens een heel goed uitgangspunt kunnen zijn…
Lekker positief ook ja… maar als het nou mislukt?
Wie zegt dat het mislukt?
Ik. Nee… eh… niemand eigenlijk.
Dus de gedachte dat je wilt stoppen is reëel en de gedachte dat het mislukt is niet reëel. Wat zou nog een reële gedachte kunnen zijn met betrekking tot niet roken?
Dat het moeilijk is.
Aha, da’s heel wat anders. ‘Moeilijk’ is iets heel anders dan ‘tot mislukking gedoemd’, hoor…
Ja, da’s waar. Ik voel me een stuk beter.
Wat zou je kunnen doen om de het minder moeilijk te maken?
Realistisch omgaan met de gevolgen van het stoppen.
Klinkt duur. Hoe bedoel je dat?
Zodra ik stop met roken krijg ik het idee dat ik het roken mis, maar dat is niet een gedachte die ik zelf oproep. Mijn hersenen zijn er aan gewend geraakt om naar nicotine te vragen als het peil zakt en geven daarom signalen door als ‘ik wil roken’ of ‘lekker, een sigaretje’. Het is net zo iets als ‘het regent, ik moet een paraplu meenemen’. De omstandigheden wekken de gedachte op, niet ik. Dat is iets wat ik in de gaten kan houden: Ik ben even niet de baas over mijn gedachten, maar ik kan ze wel negeren.
En verder?
Ik kan zorgen dat ik me zo min mogelijk overgeef aan de behoefte aan zoet. Door het eten van zoete dingen maken je hersenen dezelfde stoffen aan als onder invloed van nicotine en het ontwennen van die stof is precies waar het om draait. Door zo min mogelijk zoet en vet te eten kickt mijn lichaam sneller af.
Nog meer tips?
Door het roken schommelt je bloedsuikerpiegel, waardoor je meer behoefte krijgt aan roken of zoetigheid. Door dingen te eten die je lichaam lange tijd verzadigen blijft je suikerspiegel langer op peil en wordt de drang naar zoet en roken minder.
Warmte werkt bij mij ook altijd goed. Door het gebrek aan nicotine ga ik vaak hyperventileren en met een hittepit kan ik mezelf een heel prettig en rustig gevoel geven, nog prettiger dan met een sigaret.
Volgens mij gaat het allemaal wel lukken
Volgens mij ook.
Ik heb hier nog wat sigaretten. Ik rook er nog één en dan gaan we het gewoon doen.
Hoeveel heb je er dan nog?
Vijf. Die mag mijn man oproken, ik hoef niet meer.







